Jammerjoh

Website voor mensen die niet klagen

Onfortuinlijke uitkomsten

Mijn leeftijd markeert mij als een ‘Boomer’.

 

De na-oorlogse generatie die profiteerde van de spectaculaire welvaartsgroei, die deze generatie overigens grotendeels zelf ook genereerde, danwel afdwong. Per land, en per regio, waren de mogelijkheden voor ‘jongeren’ en ‘jong volwassenen’ anders. Tevens waren er ‘invloeden’ van kerkelijke genootschappen en familie-tradities, met een overheid ‘op afstand’ die zich alleen in extreme gevallen met de situatie ‘thuis’ bemoeide. Maar generaliserend gesproken kreeg mijn generatie meer mogelijkheden, zij het dat de keuzes die je maakte, indien ze indruisten tegen wat je ouders wilden, uiteindelijk ‘voor eigen rekening’ waren. 

 

Naast menige jongere die op eigen kracht ‘de wereld veroverde’, de eigen dromen waarmaakte, waren er ook meer dan genoeg die daar niet in slaagden. Onfortuinlijke uitkomsten varieerden van het niet weten te realiseren van ambities, het diepe gat na een periode van succes, als een ‘trend’ afliep, en betrokkene de vaardigheden mistte om er een mouw aan te passen, al dan niet door gemiste scholing, of inmiddels ‘te oud’, tot keuzes die behalve een spectaculaire ‘High’ die van zeer korte duur was, de dood tot gevolg had na een ‘overdosis’. Als ik mijn eigen leven overzie, dan heb ik geluk gehad, maar ik heb ook op beslissende momenten de ‘gifbeker’ aan mij voorbij laten gaan. Mijn leven had er volkomen anders uit kunnen zien, maar het is niet gezegd dat ik dan minder gelukkig geweest zou zijn. Na mijn voltooide beroepsopleiding was er in Nederland tijdelijk geen of weinig werk in die sector waarvoor ik was opgeleid, waardoor ik nog tijdens het laatste jaar van mijn opleiding solliciteerde bij ondernemingen in Australië en Afghanistan. En in vele andere landen. Als die interesse hadden gehad, had mijn leven er anders uitgezien, zoveel is wel zeker. Zelfs als ik na die ervaring alsnog teruggekeerd was naar Nederland. 

 

Individuele verhalen schragen geen schets van het leven in die tijd met universele gelding. Wat er echter uitspringt, is dat elke keuze die je maakte ‘voor eigen rekening’ was, tenzij je steenrijke ouders had die bereid waren je keer op keer te redden. Er was geen ‘klachtenloket’, geen ‘ombudspersoon’, en de ‘politiek’ hield zich niet bezig met individuele gevallen. Het was een wrede tijd voor mensen die de last van eigen verantwoordelijkheid niet konden dragen. Ze kozen de verkeerde afslag, zaten vervolgens opgescheept met een ‘ongewenste’ partner, een ‘ongewenste’ SOA, ‘ongewenste’ kinderen, een ‘ongewenste’ baan, en ze woonden in een ‘ongewenst’ huis, in een land met ‘ongewenste’ medelanders. Dat laatste dus nadrukkelijk *voordat* de politiek overal mensen vandaan begon te halen die de weelde van die vrijheid al helemaal niet konden dragen. Plato schreef tweeduizend jaar geleden over de risico’s van ‘democratie’ als bestuursvorm, en noteerde dat die slechts levensvatbaar was indien was voldaan aan de randvoorwaarde dat het overgrote gedeelte van de bevolking de last van de vrijheid kon dragen. Net als Freud en Jung die eveneens wezen op de noodzaak van een ‘educatie’ die de kinderen voorbereidde op het dragen van de last van verantwoordelijkheid, wat tot uitdrukking komt in het leiden van een ‘gedisciplineerd’ leven. Bekendheid met de eigen sterke, en zwakke kanten, en voortdurende introspectie die persoonlijke groei faciliteert. 

 

Indien niet aan die voorwaarde werd voldaan, zo stelde Plato, liep het onherroepelijk uit op tirannie. Op groepen teleurgestelde mensen die van hun ‘leiders’ zouden eisen dat ze hen in bescherming nemen en koesteren, waar de mensen die de last wél kunnen dragen de rekening gepresenteerd krijgen. Wat geen levensvatbaar bestuurlijk model oplevert, maar een parasitaire, gewelddadige uitkomst die gevaar oplevert voor iedereen, met inbegrip van de buurlanden, én de om hulp smekende, afhankelijke bevolking zelf. Ofschoon het beeld dat we daarbij hebben dat van de ‘Almachtige Dictator’ is, is die manifestatie niet noodzakelijk. Een collectief van benoemde commissarissen die, gebruikmakend van ‘noodmaatregelen’ zelfs de laatste restjes van een in de wet vastgelegde structuur opruimen, zijn wel degelijk de expressie van tirannie. In het bijzonder indien daarbij volop gebruik wordt gemaakt van een vijandsbeeld dat objectief totaal geen hout snijdt. 

 

Wat mij persoonlijk fascineert, is dat dit patroon al minimaal 2.000 jaar bekend is, maar dat het ons niet lukt om ons er aan te ontworstelen. Deels begrijp ik het vanuit mededogen. De compassie met mensen die onfortuinlijke keuzes maakten, en daarvoor een behoorlijke prijs betaalden, niet zelden de hoogste, waar ze het leven erbij inschoten. Al helemaal indien we ons realiseren dat het ons ook had kunnen overkomen, als we op ‘Moment Xtóch toegegeven hadden aan de verleiding. Door het oog van de naald! Dat geldt in het bijzonder voor mensen die, alles overziend, een uitgesproken ‘avontuurlijk’ leven hebben geleid, en daar reken ik mijzelf ook toe. Je moet ook geluk hebben. Op lange ritten met de auto waarbij we gebruikmaken van de snelweg, luisteren mijn vrouw en ik naar muziek, en een tijdverdrijf van mij is dan om mijn vrouw te vragen om eens te ‘Googlen’ en uit te zoeken wat er van de band of artiest terechtkomen is. Ze zijn niet allemaal dood en begraven, of aan lager wal geraakt. Maar in dat métier sneuvelden er velen. Ze maakten keuzes die, als je zuiver naar de levensverwachting kijkt, onfortuinlijk waren. Maar we kunnen niet weten hoe blij ze waren met wat ze wisten te bereiken, noch hoe hun nageslacht terugkijkt op hen als voorbeeld. Naast de mensen die tevéél risico namen, zijn er ook altijd de mensen die het zichzelf verwijten dat ze kansen misten. Ik zit zelf nog vol met ideeën en wensen over wat ik nog wil doen. Wat dan weer met zich meebrengt dat je wel op moet letten, om geen keuzes te maken die je de kop kunnen kosten, althans, een onaanvaardbaar hoog risico met zich meebrengen dat de uitkomst onfortuinlijk zal zijn.

 

Een samenleving waarin de politiek zich opwerpt als de ‘Beschermheer/Beschermvrouw’ van alle burgers, leidt tot een onvrije samenleving die stijf staat van de ‘Regels’, die per geval anders kunnen worden geïnterpreteerd. Dát is tirannie. Gisteren werd mij op ‘X’ weer een bijdrage voor de voeten geworpen van een ‘rechtbankverslaggever’ die het ‘mooi’ vond dat ‘Dom Rechts’ kritiek had op zijn geliefde rechtbanken. Hij *wil* hen, met heel zijn ziel en zaligheid, treiteren, sarren, provoceren, en uit de vergelijking halen. Hij klaagt actief aan als er een vermoeden is dat iemand de ‘Regels’ overtreedt. Daarbij verwijst dat stigma, ‘Dom’, niet naar IQ of opleidingsniveau, ook niet zijn eigen ‘forte’, maar naar verzet tegen wat ik zelf ook zie als tirannieke bemoeienis met het leven van burgers, en een transitie van een ‘Law Based’ gemeenschap naar een ‘Rules Based’ gemeenschap. En dat is interessant, omdat ik hier zelf ook regelmatig wijs op ‘Stupidity’ als een voorkeur van het individu, waar die hem of haar ertoe brengt om keuzes te maken die slecht zijn voor de gemeenschap, én slecht voor hem of haar, ongeacht het IQ of opleidingsniveau, maar dan tegen een achtergrond van individuele autonomie. ‘Dom’ slaat bij hem echter op een tekort aan gehoorzaamheid, en een verlangen naar autonomie waar de tirannieke overheid die ruimte niet biedt. Hoe je het ‘mooi’ kan vinden, die confrontatie tussen het vrije, naar autonomie, naar soevereiniteit snakkende, maar machteloze individu, en de tirannieke moloch van de religieuze beleden ‘consensus’, kampend met ernstige ‘mood-swings’, met een voorkeur voor die tirannieke moloch, zou ik niet weten. Ik vroeg hem beleefd om het mij uit te leggen, maar dan kan ik lang wachten. Hij is mij geen verantwoording schuldig. Alleen zijn geliefde rechtbank mag hem ter verantwoording roepen, mocht hij ergens ongehoorzaam zijn. 

 

Hopelijk begrijpt u dan ook waarom ik geen begin van ambitie heb om mijn medemens bij de teugels te nemen. Vrijwillig, op grond van mijn eigen afwegingen, help ik bepaalde mensen als ik de conclusie heb bereikt dat tegenslag hen geen eerlijke kans heeft gegeven. Ik zeg niet dat ik daarin onfeilbaar ben. Maar ik stop geen geld in een collectebus om mijn geweten af te kopen, of ‘herkend’ te worden als vrijgevige medemens, en om zo een ’NGO’ een mooier kantoor te geven. Wel maak ik, in landen waar er geen, of nauwelijks sociale voorzieningen zijn, mensen soms ‘rijk’ door hen een buitensporig bedrag te geven als ze als bedelaar langs de weg zitten, of liggen, naast hun met munten gevulde bakje. Geen fortuin, want zo rijk ben ik niet. Maar geld genoeg om keuzes te hebben die hen doorgaans niet (meer) worden gegund. Met honderd Dollar koop je geen huis, of een auto, maar wel kleren waardoor je meer kans maakt op de arbeidsmarkt, een kaartje voor de bus naar oorden waar je meer kans maakt om te werken aan lotsverbetering, een gitaar of een mondharmonica, of een overdosis. Die keuze is verder niet aan mij. 

Go Back

Comment